5 mrt 2013

Was Raskolnikov econoom?


Wat filosoof Hans Achterhuis deze maand in Filosofiemagazine schrijft, begrijp ik niet goed. Tijdens de maand van de filosofie in april, met de titel Schuld en Boete, schrijft Achterhuis, zullen filosofen en economen met elkaar in debat gaan over de crisis. Vervolgens beweert hij: ‘Filosofen zullen beslagen ten ijs moeten komen om niet onderuit gehaald te worden door de economen’.

Filosofen onderuit gehaald door economen? Dan heb ik iets gemist, want ik vroeg me juist af wie economen nog serieus neemt. Dat politici economen omhelzen, wist ik. Politici zijn te vergelijken met bankmanagers (hoe zou je de opportunistische Paarse politici in ons land trouwens anders moeten noemen?) die verslaafd zijn aan hetzelfde waar de economen aan verslaafd zijn: het neoliberale groeimodel. De enige reden waarom op dit moment streng bezuinigd wordt, is om op termijn nog groter te kunnen groeien. Dat zit nu eenmaal in het model. Alleen Marianne Thieme van de PvdD kan je horen spreken over ‘consuminderen’.

Een versimpeld overzicht. Tot voor kort werden mensen tot risicovolle leningen aangezet om zo het eigen bezit te stimuleren. Je bent een dief van je eigen portemonnee als je niet leent, was de slogan. Een tweede huis, een nieuwe luxe motorboot? Sluit er een hypotheek op af en je krijgt een aanzienlijk bedrag terug. De kosten komen toch uit de grote pot. Was ook goed voor het vertrouwen – het begrip vertrouwen dat economen alleen maar kunnen uitdrukken in een getal, geeft echter al aan dat er iets grondig mis is. Sinds kort begrijpen ze dat de risico’s van het eigen bezit met gemanipuleerde rentes werden verdoezeld, waardoor we zo lang op de pof konden leven.

Of de we met deze kennis de crisis te boven komen? De huidige politiek kan je vergelijken met een alcoholist die nodig moet afkicken, en daarom wordt opgesloten in de wijnkelder van een markteconoom. Dat we voorlopig nog niet van de crisis af zijn zie je ook goed op tv. Het televisiescherm is vergeven van economen die, bescheiden zoals hoogopgeleide mensen betaamt, zich beschaafd doch beslist aan ons opdringen. Ze giechelen vaak om de leuke kleine dingen in het leven, tussendoor geven ze wat economische adviezen aan het volk, voor de rest koekeloeren ze zo voordelig mogelijk in de cameralens.

Zie doctor in de economie Mathijs Bouman van RTL Z eens, die met een club economen vlotte shows geeft met zijn theaterprogramma de Financiële Rollercoaster, waarin ze de beleggingscultuur nieuw leven inblazen. Aan markteconoom prof. dr. Baarsma van de UvA valt niet te ontsnappen. Als je zapt zie je haar wel ergens beweren dat ze Nederland het liefst ziet als een taximarkt, waarbij ze mensen met een andere kijk steevast wegzet als ouderwets. Gedenkwaardig is ‘het moment’ van de sinds 2008 rijzende ster van hoogleraar economie Bas Jacobs. Door toenmalig minister van Financiën Wouter Bos was Jacobs met zes collega’s gevraagd om de regering advies te geven over de slechte economische vooruitzichten als gevolg van de crisis. ‘Er ging wat door me heen’, verklaarde Bos in het tv-programma Buitenhof. Hij prees zich zelf gelukkig ‘met deze geweldige denkkracht aan een tafel te mogen zitten.’

Denken kunnen ze, maar ze hebben meestal weinig meer moreel besef dan een zakjapanner is vele malen gebleken. Besef dat de economie meer is dan een reeks getallen in een doorgaans gammele theorie, is niet voor economen weggelegd. De titel van het debat Schuld en Boete, ontleend aan het boek van Dostojewski, dat verhaalt over übermensch Raskolnikov die zijn roofmoord op de woekeraarster Ivanovna goedpraat, kan om te beginnen al miscommunicatie opleveren. Economen, autistisch als ze zijn, zullen niet in staat zijn de titel anders te begrijpen dan letterlijk, waardoor een surrealistisch debat zal ontstaan.