29 dec 2015

Popfestival bezwijkt onder eigen succes

Zo zie ik de staat van de popmuziek, vastgelopen in een eeuwige herhaling van hetzelfde dat al jaren braafjes voortkabbelt in routineuze dure sleurfestivals met een overstelpend aanbod.

Na het zien van de Sunrise trilogie besefte ik dat dit verhaal ook mijn tanende liefde voor de popmuziek beschrijft. De drie films gaan over enkele momenten uit het leven van twee jonge mensen. Ze ontmoeten elkaar in de trein in Oost Europa en raken in gesprek. Om maar verder te kunnen praten met elkaar stappen ze spontaan in Wenen uit, waar ze niet hoeven zijn, en wandelen en filosoferen tot ochtendgloren om dan afscheid te nemen. Negen jaar later komen ze elkaar bij toeval weer tegen in Parijs, waar een zelfde magisch moment ontstaat. Die enkele nacht in Wenen blijkt bepalend te zijn geweest voor hun leven. 

De derde film laat zich raden. Twintig jaar later, getrouwd en twee dochtertjes. Zoals ze in de eerste twee delen alleen oog voor elkaar hadden, vullen ze de leegte die tussen hen ontstaan is op door mensen uit te nodigen om niet geconfronteerd te worden met elkaar. Veel artistieke mensen die voortdurend interessante dingen opmerken. Dat komt tot uitdrukking wanneer ze in hun vakantiehuis aan zee in Griekenland de avondmaaltijd genieten. Er ontstaat een soort competitie navelstaren, zoals je kan verwachten van beschaafde mensen die met bescheiden welsprekendheid laten merken dat ze het goed gedaan hebben. Is het stel alleen dan wordt het kiften, wat duidelijk maakt dat de betovering is uitgewerkt. Wat rest is de kater.

Zo zie ik de staat van de popmuziek, vastgelopen in een eeuwige herhaling van hetzelfde dat al jaren braafjes voortkabbelt in routineuze dure sleurfestivals met een overstelpend aanbod. Terwijl men bij de live uitzendingen op tv van alles doet om met bekende pratende hoofden, daaronder heftig gebarende armen vol tattoos, de schijn op te houden dat het allemaal nieuw, dynamisch en creatief is wat er gebeurt. Om je maar het gevoel te geven dat je iets bijzonders mist. Oftewel, een cultuur van vlotte mensen die veel moeten kletsen om er maar niet achter te hoeven komen dat ze uitgeluld zijn met elkaar.

Het vastgelopen Sunrise-stel meende ik te herkennen in Pinkpop dit jaar, het evenement in popland dat het festivalseizoen opent. Een enorm aanbod van bands van hoog niveau, maar met weinig onderscheid. De harde muziek klinkt als een soort communistische eenheidsworst gefabriceerd op een kolchoz. Dat evenzo kan gelden voor de ontelbare festivals die later (ook op tv) volgden en de duizenden bands die er optraden en nog zullen optreden deze zomer. Columnist Rob Vreeken brengt dit van toepassing op het cultuuraanbod in het algemeen. In de Volkskrant schrijft hij: “De overstelpende hoeveelheid aan cultuur reduceert ons tot cultuurbarbaren. Voortdurend worden we opgejaagd door hippe popfestivals en andere muziekfestijnen die we moeten bijwonen, filmtips en boeken die we gelezen moet hebben”.

Cultuurslachtoffer Vreeken wordt er moedeloos van: “Een ander verschil is dat het muzikale aanbod anno 2015 (over Lowlands) niet alleen veel beter is dan destijds (oftewel 1968), maar ook veel omvangrijker”. En je komt er niet onderuit, probeert hij duidelijk te maken. Als je de heftige discussies volgt de laatste tijd dan besef je dat de arme columnist niet de enige is met chronische cultuurstress. In Amsterdam als dissidente stad ontstaat langzamerhand een heuse culturele contrarevolutie die het overaanbod aan popfestivals, houseparty’s, bierfietsen, vrijgezellenfeesten en aanverwante zaken compleet zat zijn. Tja, als je niet meer van elkaar houdt is er weinig aan te doen. Voor relatietherapie is het dan meestal te laat.

Kretz

Geen opmerkingen:

Een reactie posten